Vormen van ESM
Er zijn verschillende vormen spraak- en taalproblemen, die in aard en ernst van de problematiek sterk uiteenlopen. Ook de oorzaak van de problematiek is zeer divers en niet altijd gemakkelijk te achterhalen. Een aantal vormen:
- Verbale ontwikkelingsdyspraxie
- Dysfasie
- Slechthorendheid en doofheid
- Articulatieproblemen
- Autisme
- Mutisme
- Dyslexie
- Landau Kleffner Syndroom
- Meervoudige (complexe) spraak-taalproblemen
- Schisis
- Stotteren
Verbale ontwikkelingsdyspraxie
Bij dyspraxie gaat het om problemen in het gebruik en beheersen van spieren. De oorzaak van de problematiek komt voort uit storingen in bepaalde hersenfuncties. De stoornissen kunnen zich beperken tot enkele handelingen, zoals aankleden, schrijven of articuleren, maar het kan ook bijna alle doelgerichte handelingen omvatten. Dezelfde bewegingen kunnen vaak wel onbewust worden gemaakt: blazen lukt wel, maar bewust een `f` zeggen gaat niet. Belemmert dyspraxie de ontwikkeling van spraak bij kinderen, dan spreken we van een verbale ontwikkelingsdyspraxie.
Dysfasie
De term dysfasie betekent dat spraak niet geheel mogelijk is. Afasie betekent dat er in het geheel geen spraak mogelijk is. Dysfasie is een algemene term. De meest gangbare opvatting luidt: taalmoeilijkheden die nog niet zijn opgeheven bij het verstrijken van de meest gevoelige tijd voor de taalverwerving omstreeks het zevende jaar. Kinderen met een dysfatische ontwikkeling hebben een aanzienlijk beter taalbegrip dan spraak- en taalproductie. Spreken kost moeite, het lijkt vaak alsof het kind naar woorden moet zoeken. Vaak stokt het praten of kan een kind de draad van het verhaal niet vasthouden.
Verschillende deskundigen en therapeuten vatten vaak verschillende taal- en spraakmoeilijkheden onder deze term. De diversiteit aan benaderingen kan leiden tot verschillende behandelingen en therapieën. Het is verstandig om steeds goed na te gaan wat de deskundige precies onder de term verstaat.
Slechthorendheid en doofheid
Bij de spraak- en taalontwikkeling speelt het gehoor een belangrijke rol. Voor een goede diagnostiek van spraak-taalproblemen moet daarom ook het gehoor worden onderzocht, zowel bij zichtbare als bij onzichtbare vormen.
Articulatieproblemen
Kinderen hebben een fonologische stoornis als er zowel sprake is van een uitspraakprobleem als van een taalprobleem. Zij hebben moeite met het leren van de specifieke klanksystemen van de moedertaal. Onderzoek naar slechthorendheid is bij deze stoornis essentieel.
Dysarthrie is een beschadiging van het centrale zenuwstelsel die de uitspraak belemmert. Hierdoor kunnen de spieren niet goed functioneren en spreekt een kind de klanken verkeerd of afwijkend uit.
Is het totaal onmogelijk om spraakklanken te vormen, dan spreekt men wel van anarthrie.
Autisme
Stoornissen in het autistisch spectrum kenmerken zich vooral als een fundamentele contactstoornis. Het kind vermijdt direct oogcontact. Vaak vertoont het een vreemd stereotiep gedrag. Verder worden wel onverklaarbare angsten en weerstand tegen veranderingen gemeld. De contactstoornis belemmert de ontwikkeling van de communicatie. De taalontwikkeling kan gestoord zijn.
Autisme is er in velerlei vormen en gradaties, zoals klassiek autisme, PDDnos (Pervasive Development Disorder, not otherwise specified) en Syndroom van Asperger. Meer informatie over autisme vindt u bij de Nederlandse Vereniging voor Autisme, www.autisme-nva.nl
Mutisme
Mutisme betekent dat een kind wel taal begrijpt, en op grond van de toestand van de spraakorganen en de algehele spraak- en taalontwikkeling zou moeten kunnen spreken, maar dit onder invloed van psychische spanningen niet doet. Vaak praat het kind alleen tegen bepaalde personen wel of niet. Bijvoorbeeld wel tegen de ouders, maar niet tegen de leerkracht. In dat geval is er sprake van selectief mutisme. De grens tussen selectief mutisme en (extreme) verlegenheid is niet altijd even makkelijk te trekken.
Dyslexie
Dyslexie werd vroeger wel `leesblindheid` genoemd. Het heeft echter niets te maken met het gezichtsvermogen, maar met een functiestoring in de hersenen bij het verwerken van geschreven letters, woorden en symbolen. Het probleem zit hem vooral in het op de juiste manier koppelen van wat een kind ziet en hoort en welke betekenis erbij past. Dyslexie kan optreden na hersenletsel, maar komt ook voor bij kinderen en (jong)volwassenen zonder hersenbeschadigingen.
Er bestaan verschillende soorten dyslexie. In het ene geval bestaat er vooral een probleem in het herkennen van de verschillende letters. In het andere geval herkent een kind wel de losse letters, maar kan de woorden en zinnen er in groter verband niet uithalen. Weer een andere vorm is het abusievelijk vervangen van een woord: een kind leest bijvoorbeeld `de griezel muis` in plaats van `de grijze muis`, iets wat ons allemaal wel eens overkomt.
Nadere informatie over dyslexie is te vinden bij de oudervereniging Balans, www.balansdigitaal.nl
Landau Kleffner Syndroom
Het syndroom van Landau Kleffner is een bijzondere vorm van verworven epileptische afasie die uitsluitend bij kinderen voorkomt. De epileptische aanvallen leiden tot verstoringen in de grote hersenen en veroorzaken taalverlies of afasie.Na een periode van normale taalontwikkeling bij het kind begint de taal opeens in kwaliteit te verminderen. Vaak gaat niet alleen het spreken van de taal achteruit, maar vooral ook het begrijpen van taal. De terugval van de taal is één van de belangrijkste kenmerken van het syndroom; het sterk wisselende karakter van de verschijnselen is een ander duidelijk kenmerk. Opmerkelijk is dat de ziekte in de puberteit uitdooft en er vanaf dan dus ook geen taalverval meer optreedt.
Epileptische aanvallen kunnen voorafgaan aan het begin van het optreden van de afasie of deze vrij snel volgen. Sommige kinderen vertonen echter nooit waarneembare epileptische aanvallen. Het is zeker niet zo dat ieder kind dat wel eens een epileptische aanval heeft gehad ook dit syndroom heeft. Een lamgdurig en zorgvuldig onderzoek is nodig om het syndroom van Landau Kleffner met zekerheid te kunnen vaststellen.
Meervoudige (complexe) spraak-taalproblemen
Bij meervoudige problematiek is er soms onvoldoende aandacht voor spraak en taal, bijvoorbeeld bij een verstandelijke beperking in combinatie met een spraak-taalprobleem. Een ander voorbeeld is de groep (al dan niet met een verstandelijke beperking) die niet of nauwelijks tot spraak komt en die is aangewezen op ondersteunende communicatie. Communicatie is in het dagelijks leven essentieel. Als bij een gerichte aanpak voor het stimuleren van de spraak en taal bij het kind vooruitgang boekt, dan verdient dit alle kansen. Er is een uitgebreid scala aan mogelijkheden van ondersteunende communicatie, de meeste in de vorm van pictogrammen, beeldtaal en/of klanksystemen.
Meer informatie over ondersteunende communicatie vindt u bij de BOSK, www.bosk.nl
Schisis
Schisis is de medische term voor `spleet`. Deze aangeboren afwijking komt voor bij ongeveer een op de duizend baby`s; meer bij jongens dan bij meisjes. De spleet kan beperkt zijn tot de lip, alleen voorkomen in de lip en de kaak, of tegelijk in de lip, de kaak en het gehemelte. Wat de oorzaak is van schisis is nog niet duidelijk. Wel is bekend dat er zeer vroeg in de zwangerschap (drie tot twaalf weken) sprake kan zijn van een stoornis in de ontwikkeling van de lip en kaak en/of van het gehemelte. Ook kunnen erfelijke factoren een rol spelen. De kans op herhaling bij een volgend kind is afhankelijk van een aantal factoren en kan van gezin tot gezin verschillen.
Schisis is in medische zin vaak goed te behandelen, maar het is een heel langdurig proces. Het kan gevolgen hebben voor de spraakontwikkeling. Meer informatie over schisis is te vinden op de website van de oudervereniging BOSK, www.bosk.nl
Stotteren
Kinderen die leren spreken, struikelen vaak over hun woorden. Dit is heel normaal in deze fase van de taalontwikkeling. Als een kind van een jaar of vier niet helemaal vloeiend spreekt, is het dan ook vaak moeilijk te bepalen of er sprake is van beginnend stotteren. Als een kind snel wil spreken, bijvoorbeeld als hij opgewonden is, schiet zijn spreekvaardigheid door de gehaastheid, de nog beperkte woordenschat en de onvoldoende getrainde mondspieren tekort. Het kind praat haperend. Dit wordt ook wel ontwikkelingsstotteren of fysiologisch stotteren genoemd. Oefening traint het taalgebruik en het gebruik van de mondspieren. Als de spraakontwikkeling vordert, zal dit stotteren vanzelf verdwijnen, vooral wanneer de ouders er niet te veel aandacht aan besteden, niet corrigeren en zelf vooral rustig spreken tegen hun kind.
blijvend en ernstig stotteren vraag natuurlijk wel aandacht. Meer informatie is te krijgen bij het Stotter Informatiecentrum www.stotteren.nl.
