Ervaringen
"Ik hoorde er niet echt bij"
Op de gewone basisschool was het contact met klasgenootjes goed. In de brugklas ging het maken van nieuwe vriendjes mij slecht af. Ik maakte in 2 Havo wel één goede nieuwe vriend, maar voor mijn gevoel hoorde ik er verder nooit echt bij. In de vierde ging ik met nog vijf anderen uit die klas naar het VWO. Mijn beste vriend ging niet mee. Dat betekende wéér nieuwe kennismakingen.
Ik ging steeds meer alleen voor het onderwijs naar school en had steeds minder sociale contacten. In de vijfde bleef ik zitten. In die nieuwe klas kende ik maar één jongen. Met hem ben ik de twee jaar daarna veel omgegaan. Maar ook hier merkte ik dat het sociale gebeuren steeds minder werd. Eén ding is mij heel goed bij gebleven. In de klas werd gelachen en ik merkte dat op, waarna ik aan mijn goed bevriende buurman vroeg wat er te lachen viel. Hij zei: “Oh, niets bijzonders”, draaide zich om en begon te praten met andere klasgenoten.
Ik werd keihard met mijn neus op de feiten gedrukt. Als ik achteraf terugkijk, dan had ik meer voor mezelf op moeten komen. Wanneer ik iets miste, dacht ik zelf nog wel eens `laat maar, niet belangrijk`. Daar heb ik achteraf spijt van. Nu sta ik steviger in mijn schoenen en durf er eerder iets van te zeggen als ik het niet kan volgen. Dus mijn advies: gewoon om hulp vragen als dat nodig is. Misschien zou een soort assertiviteitstraining voor slechthorenden een goed plan zijn.
